Menu

Kostenregeling en kwaliteitsstandaard in uitvoeringsovereenkomst 

Omdat het APF een weerstandsvermogen en een of meer collectiviteitskringen kent die goederenrechtelijk van elkaar gescheiden zijn, geeft het besluit een nadere uitleg voor wat betreft de kosten in de uitvoering. In de uitvoeringsovereenkomst met een APF dient te worden opgenomen welke kosten (i) kunnen worden verhaald op het afgescheiden vermogen van een collectiviteitskring en (ii) ten laste van de premie kunnen worden gebracht. Daarbij moet volgens het besluit, in lijn met de reeds geldende bepalingen voor pensioenfondsen, een onderscheid gemaakt worden tussen administratieve uitvoeringskosten, vermogensbeheerskosten en transactiekosten.

Kosten in de uitvoering die niet kunnen worden gealloceerd onder een van de voormelde rubrieken, dienen volgens een vaste verdeelsleutel, die moet blijken uit de uitvoeringsovereenkomst, te worden verdeeld over de verschillende collectiviteitskringen. Gezien de noodzaak van het alloceren van kosten binnen een APF, dient de kostenregeling duidelijk en volledig te zijn.

De kwaliteit van dienstverlening van een APF moet objectief kunnen worden getoetst. De uitvoeringsovereenkomst dient een regelement te bevatten op basis van welke indicatoren de kwaliteit van dienstverlening wordt getoetst. Gedacht moet worden aan objectieve toetsingsmaatstaven zoals NEN- en ISO-Normen.

Vergunning APF

Voor wat betreft aanvraag van de vergunning voor het voeren van een APF (die vereist is vanwege de complexiteit van het vehicle) wordt in het besluit zeer praktische informatie gegeven. Voor een groot deel (termijn, te verschaffen informatie) wordt aansluiting gezocht bij een vergunningprocedure op basis van de WFT. De aan te leveren informatie heeft hoofdzakelijk te maken met de geschiktheid en betrouwbaarheid van de medebeleidsbepalers, de governance-structuur, het programma van werkzaamheden, de statuten, de bedrijfsvoering en de uitbesteding van taken. Specifiek lijkt de procedure op die voor een PPI. AFM heeft vanuit haar rol als gedragstoezichthouder een adviesrecht aan DNB inzake de vergunningaanvraag. Tevens geeft het besluit aan in welke gevallen DNB de vergunning kan intrekken en wijzigen.

Weerstandsvermogen

Reden

Het weerstandsvermogen van een APF dient bedrijfsrisico’s te ondervangen en daarmee de continuïteit van het APF te waarborgen (vergelijk een PPI, waarbij voor dit besluit ook aansluiting is gezocht). Onder ‘bedrijfsrisico’s’ moet dan worden verstaan, risico’s die niet toebehoren aan een van de collectiviteitskringen en die betrekking hebben op het APF als geheel. Ieder APF zal een eigen risicobeoordeling overleggen aan DNB. (Ook dit vereiste geldt voor een PPI).  Zelfs als een vergunning wordt verkregen, maar de collectiviteitskringen nog leeg zijn, dient een weerstandsvermogen te worden aangehouden.

Aard en omvang

Het weerstandsvermogen dient te kwalificeren als eigen vermogen zoals omschreven in artikel 5 tot en met 8 van het besluit FTK. De omvang van het aan te houden weerstandvermogen is gebaseerd op dat van en PPI en hangt samen met het beheerde vermogen; hoe groter het beheerde vermogen, hoe groter de risico’s die daaraan kleven. Ondanks dat deze verhouding niet lineair is, zal met het toetreden van een nieuwe werkgever het risico stijgen. Dat risico wordt vertaald in toename van het weerstandsvermogen. Het ontwerpbesluit geeft aan dat het weerstandsvermogen van een APF in beginsel uit 0,2% van de waarde van het beheerd pensioenvermogen. Ten behoeve van borging van aansprakelijkheidsrisico’s door het (niet) handelen door een persoon die werkzaam is bij het APF, dient een 0.1% extra weerstandsvermogen worden aangehouden ofwel dient een beroepsaansprakelijkheidsverzekering te worden afgesloten.  Het weerstandsvermogen bestaat uit minimaal €500.000 en maximaal €20.000.000.

Financiering  weerstandsvermogen

Op basis van artikel 126 dient ieder pensioenfonds een voorziening aan te houden voor kosten die samenhangen met administratie, communicatie  en het doen van uitkeringen.  Op die manier wordt voorkomen dat ook bij een voorzienbaar einde van bijdragende ondernemingen, het pensioenfonds zelf de kosten voor de uitvoering niet kan voldoen. Aan pensioenfondsen kan worden toegestaan  dat zij de bijdrage voor het weerstandsvermogen voldoen uit voormelde voorziening. Dit zal waarschijnlijk geschieden volgens de ‘excasso-methode’. In overleg met DNB zou een andere methode kunnen worden gebruikt.

 

Gepubliceerd op 31 mei 2015