Menu

27 november 2017

Aan wie laat u uw oudedagsverplichting na?

Op 1 april jl. is de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen in werking getreden. Een directeur-grootaandeelhouder (dga) die pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd, had vanaf dat moment drie mogelijkheden: de opgebouwde pensioenrechten afkopen, omzetten in een zogenoemde ‘oudedagsverplichting’ of bevriezen.

Als er gekozen is voor omzetting in een oudedagsverplichting (ODV), dan wordt de waarde van de ODV-aanspraak in beginsel vanaf pensioengerechtigde leeftijd in twintig jaarlijkse termijnen aan de dga uitgekeerd.

Wat er met deze ODV-termijnen gebeurt als de dga komt te overlijden, bepaalt de nieuwe wetgeving ook. Hierbij worden twee situaties onderscheiden:

1.     Op het moment dat de dga komt te overlijden zijn de termijnen nog niet ingegaan. In dat geval moeten de termijnen binnen twaalf maanden na het overlijden ingaan en worden zij uitgekeerd aan de erfgenamen van de dga, voor zover dit natuurlijke personen zijn.

2.     Op het moment dat de dga komt te overlijden zijn de termijnen al ingegaan. In die situatie gaat het recht op de nog niet uitgekeerde termijnen over op de erfgenamen van de dga, ook voor zover dit natuurlijke personen zijn.

Duidelijk is dat volgens de wet de termijnen moeten toekomen aan de erfgenamen van de dga. Komen de termijnen niet toe aan de erfgenamen, dan is de sanctie dat over de gehele waarde van de ODV-aanspraak loonheffing en revisierente verschuldigd is (oplopende tot 72%). Daarnaast is in dat geval de vrijstelling voor de erfbelasting niet van toepassing, waardoor de verkrijger van de ODV-aanspraak over de gehele waarde erfbelasting verschuldigd is. Kortom: het is van belang dat de ODV-aanspraken vererven conform de wettelijke voorwaarden.

In welke situatie wel en in welke situatie niet wordt voldaan aan deze wettelijke voorwaarden bleef nog enige tijd onduidelijk. Onlangs heeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst echter verschillende scenario’s omschreven en praktijkvragen beantwoord in de ‘Handreiking ODV-aanspraken en overlijden, versie 13 oktober 2017’. Onder andere de volgende scenario’s zijn verduidelijkt in de Handreiking:

Scenario wettelijke verdeling

Als de dga overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt en een echtgenoot/geregistreerd partner en kinderen achterlaat, is de wettelijke verdeling van toepassing. De Handreiking vermeldt hierover het volgende:

“De ODV-aanspraak wordt door de werking van de wettelijke verdeling van rechtswege in haar geheel toegedeeld aan de partner. Degene die de ODV-aanspraak verkrijgt, is ook degene die gerechtigd is tot de termijnen uit deze aanspraak. Alhoewel de ODV-aanspraak nu niet op basis van evenredigheid naar zijn erfgenamen vererft, levert dit geen probleem op voor het voldoen aan artikel 38p, tweede en derde lid, van de Wet LB. Dit is omdat de nalatenschap toekomt aan de erfgenamen van de DGA. De ODV-aanspraak blijft voldoen aan de voorwaarden van de Wet LB waardoor artikel 32, derde lid, van de SW [waarin de vrijstelling voor de erfbelasting wordt geregeld] ook van overeenkomstige toepassing is voor de ODV-aanspraak. Bij de partner leidt dit tot imputatie op de partnervrijstelling.”

Bovenstaande geldt uiteraard ook voor de dga die een testament heeft gemaakt waarin de wettelijke verdeling van toepassing is verklaard.

Scenario legaat ODV voor een van de erfgenamen

De dga heeft een testament gemaakt waarin meerdere personen tot erfgenaam worden benoemd. De ODV-aanspraak wordt gelegateerd aan een van de erfgenamen. Het in de Handreiking opgenomen antwoord is:

“Omdat de termijnen van de ODV-aanspraak in dit scenario worden uitgekeerd aan een erfgenaam van de dga, wordt voldaan aan het vereiste van artikel 38p van de Wet LB. […] Artikel 32, derde lid, van de SW is van overeenkomstige toepassing voor de ODV-aanspraak. Ingeval de ODV-aanspraak aan de partner is gelegateerd, leidt dit tot imputatie op de partnervrijstelling.”

Scenario legaat ODV voor een derde (niet-erfgenaam)

De dga heeft een testament waarin meerdere personen tot erfgenaam worden benoemd. De ODV-aanspraak wordt gelegateerd aan iemand anders. In dit geval is het antwoord:

“In dit scenario worden de termijnen van de ODV-aanspraak niet uitgekeerd aan de erfgenamen van de dga. Om die reden wordt in dit scenario niet voldaan aan het vereiste van artikel 38p van de Wet LB. Over de waarde van de (gehele) ODV-aanspraak is loonheffing en revisierente  (artikel 38p, vierde lid, Wet LB) verschuldigd. Artikel 32, derde lid, van de SW is in dit geval niet van overeenkomstige toepassing voor de ODV-aanspraak. De vrijstelling erfbelasting is dan ook niet van toepassing.”

Als de gehele ODV-aanspraak aan één van de erfgenamen wordt gelegateerd, wordt dus voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor vererving van een ODV. Wordt de ODV-aanspraak aan een derde, niet-erfgenaam, gelegateerd, dan wordt niet voldaan aan de voorwaarden.

Uit de verschillende scenario’s blijkt dat het van belang is dat een testament  is afgestemd op de voorwaarden voor de vererving van de oudedagsverplichting. Zo wordt voorkomen dat over de gehele waarde van de ODV-aanspraak zowel loonheffing en revisierente als erfbelasting verschuldigd is.

Heeft u vragen over de vererving van uw oudedagsverplichting? Neem dan gerust contact met ons op.