Menu

22 september 2016

Belastingplan 2017 maakt VBI voor DGA stuk minder aantrekkelijk

Als een duveltje uit een doosje was daar ineens een maatregel in het Belastingplan 2017 die het tot stand brengen van een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) door directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) een stuk minder aantrekkelijk maakt en wel (als het voorstel doorgaat) per direct.

Essentie van de maatregel is dat het afsplitsen van liquide vermogen uit de eigen BV naar een als VBI in te richten rechtspersoon tot gevolg heeft dat over de meerwaarde in het af te splitsen vermogen 25% inkomstenbelasting moet worden afgerekend in box 2. Dit terwijl het vermogen al in box 2 zat en daar ook in blijft zitten.

Vanuit box 3 zal vermogen nog wel zonder heffing in een VBI kunnen worden ondergebracht.

Achtergrond

De VBI is destijds ingevoerd om het voor institutionele beleggers aantrekkelijk te maken om met een Nederlandse structuur te werken en dus niet op zoek te gaan naar voordeliger alternatieven in exotische oorden.

De regeling won de laatste jaren evenwel aan populariteit onder DGA’s, die soms om een aantal beperkende voorwaarden heen moesten manoeuvreren om er gebruik van te kunnen maken.

Het Ministerie van Financiën leek daar positief tegenover te staan. Bij het tot stand brengen van VBI’s moest de Belastingdienst goedkeuring verlenen om heffing in box 2 te voorkomen. Op grond van de wet moest goedkeuring worden geweigerd als uitstel van belastingheffing een beweegreden was. De redenering was evenwel dat de wetgever de faciliteit van de VBI juist wilde aanreiken en dat de Belastingdienst daar niet aan in de weg moest staan. De goedkeuringen werden dus verleend.

In de toelichting op het voorstel staat nu echter dat de doelstelling van de maatregel is het minder aantrekkelijk te maken om vanuit box 2 in een VBI te gaan beleggen. Een budgettaire maatregel?

Terugwerkende kracht

De voorgestelde maatregel heeft terugwerkende kracht tot de bekendmaking van het voorstel (20 september 2016, 15:15 uur), om te voorkomen dat voor het einde van dit jaar nog op deze manier VBI’s tot stand worden gebracht.

De VBI status wordt door de Belastingdienst op verzoek toegekend en werkt terug tot het begin van het lopende boekjaar van de VBI. Dat is ook het moment per wanneer de afrekening plaatsvindt.

Een voorgestelde overgangsbepaling voorkomt dat afrekening ook moet plaatsvinden ten gevolge van VBI statusverzoeken die al voor de bekendmaking van het voorstel waren ingediend.

In de praktijk worden VBI statusverzoeken niet altijd meteen ingediend, omdat men eerst wil aankijken of het rendement van de beleggingen voldoende was om de status aantrekkelijk te maken. Die benadering ligt voor de hand, omdat de status met terugwerkende kracht wordt verleend. Nu worden in deze gevallen belastingplichtigen die hun VBI al ‘in de steigers hadden’ onverwachts getroffen.

De Raad van State geeft in haar advies aan dat terugwerkende kracht belastend is en uitsluitend is toegestaan in bijzondere omstandigheden, zoals omvangrijk oneigenlijk gebruik. Omdat in de toelichting op het voorstel niet is gemotiveerd dat van deze omstandigheden sprake is, adviseert de Raad de terugwerkende kracht te schrappen tenzij deze dragend kan worden gemotiveerd.

Slotsom

Het is niet gezegd dat de VBI voor ondernemers per definitie onaantrekkelijk wordt. De voordelen van de VBI moeten immers over een langere termijn worden bezien, waarbij nu naast het verwachte rendement de afrekening in box 2 aan het begin van de rit als factor (van betekenis) zal moeten worden meegewogen.

Verder zal de VBI voor particulieren nog een aantrekkelijk alternatief kunnen zijn voor de jaarlijkse forfaitaire heffing over hun vermogen in box 3.

In de meeste gevallen waren het echter ondernemers die door verkoop van hun onderneming of stelselmatige successen vermogen in hun BV konden accumuleren, die in de VBI een aantrekkelijke regeling zagen om, geheel conform de wet, vrij van vennootschapsbelasting te beleggen en de onafwendbare afrekening in box 2 meer in de tijd te spreiden.

Als de plannen doorgaan zullen dat er waarschijnlijk beduidend minder worden.

Demis van Lierop, VBC Notarissen

 

Foto: Valerie Kuypers