Menu

4 juli 2016

Civielrechtelijk bestuursverbod; aanpak faillissementsfraude bij (oud-)bestuurder en feitelijk leidinggevende

Op 1 juli 2016 is de ‘Wet Civielrechtelijk Bestuursverbod‘ in werking getreden. Op grond van deze wet wordt aan de Faillissementswet de mogelijkheid toegevoegd om een civielrechtelijk bestuursverbod, van ten hoogste 5 jaar, op te leggen aan een bestuurder die faillissementsfraude pleegt of zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag in aanloop naar een faillissement. Het doel van deze wetgeving is om faillissementsfraude en onregelmatigheden rond een faillissement te bestrijden en om te voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten voort kunnen zetten.

Wat houdt het bestuursverbod in en wanneer wordt het opgelegd?

Op verzoek van het openbaar ministerie dan wel van een curator kan de civiele rechter tijdens een faillissement een bestuursverbod opleggen van vijf jaar of korter. Deze veroordeling kan eventueel versterkt worden met een dwangsom die ten goede komt aan de failliete boedel Een verbod kan worden opgelegd aan bestuurders, oud-bestuurders en feitelijk leidinggevenden van rechtspersonen naar Nederlands recht, maar ook aan natuurlijke personen die hebben gehandeld in de uitoefening van beroep of bedrijf.

Het bestuursverbod kan worden opgelegd aan een (oud-)bestuurder of feitelijk leidinggevende die tijdens of drie jaar voorafgaand aan het faillissement:

  • onherroepelijk is veroordeeld door de rechter op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur als belangrijkste oorzaak van het faillissement;
  • schuldeisers doelbewust heeft benadeeld (paulianeuze handelingen);
  • ernstig is tekortgeschoten in zijn informatie- of medewerkingsverplichting jegens de curator;
  • ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement en daarin een ernstig verwijt te maken viel; of
  • een onherroepelijke boete opgelegd heeft gekregen wegens bepaalde vergrijpen zoals opgenomen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (art. 67d, 67e en 67f).

Deze in de Faillissementswet wet opgenomen opsomming is limitatief.

Indien een bestuursverbod wordt opgelegd aan een (oud-) bestuurder of feitelijk leidinggevende, mag deze geen bestuursfunctie dan wel een functie als commissaris (meer) uitoefenen. Het bestuursverbod beoogt (toekomstige) schade te voorkomen, doordat een frauderende of malafide handelende bestuurder niet opnieuw aan de slag kan gaan als bestuurder van een rechtspersoon om zijn activiteiten daarmee voort te zetten. Aldus kan de betrokken bestuurder niet langer gebruik maken van de beperkte aansprakelijkheid die een rechtspersoon biedt.

Wat betekent invoering van het civielrechtelijk bestuursverbod voor de praktijk?

Een belangrijk gevolg van het bestuursverbod is dat dit verbod wordt gepubliceerd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Een opgelegd bestuursverbod zal daarmee openbaar ter inzage zijn wat mogelijk een afschrikwekkend effect heeft.

Voorts wordt de positie van de curator aanzienlijk versterkt door hem de mogelijkheid tot het indienen van een verzoek tot het opleggen van een bestuursverbod toe te kennen. De wetgever versterkt hiermee de fraudesignalerende taak van de curator. De informatiepositie van de curator wordt voorts versterkt door de informatie- en medewerkingsverplichtingen tijdens faillissement te verduidelijken en te versterken

Daarnaast krijgt het openbaar ministerie de zelfstandige bevoegdheid om een civielrechtelijk bestuursverbod te vorderen. Deze bevoegdheid is bedoeld om te worden ingezet in die specifieke gevallen waarin het algemeen belang in het geding is. Te denken valt aan seriële beroepsfraudeurs die met repeterende faillissementen een grote maatschappelijke schade veroorzaken.