Menu

8 oktober 2019

Halt aan fraude met plof-B.V.’s

Fraude met zogenaamde ‘plof-B.V.’s’ houdt de gemoederen al een aantal jaar bezig. In mei van dit jaar legde de Rechtbank Amsterdam nog cel- en taakstraffen op aan een groep deelnemers van een organisatie die zich richtte op stelselmatige faillissementsfraude en het witwassen van criminele gelden. Een groot aantal B.V.’s werd via turbo-liquidaties ontbonden, waarna schuldeisers met lege handen achterbleven. De fiscus werd voor zo’n 14 miljoen Euro benadeeld.

Turbo-liquidatie; wat is dat?

Voor de ontbinding van een vennootschap dient in principe een ontbindingsprocedure te worden doorlopen waarbij het nog aanwezige vermogen van de vennootschap wordt vereffend. Nadat de algemene vergadering tot ontbinding besluit, dient een plan van verdeling van het vermogen van de vennootschap te worden opgesteld door de vereffenaar(s) welke tezamen met een rekening en verantwoording wordt gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. De vereffenaar maakt in een landelijk nieuwsblad bekend tot wanneer deze stukken ter inzage liggen. Binnen twee maanden na publicatie in het nieuwsblad kan iedere schuldeiser of gerechtigde tegen de ontbinding in verzet komen door het indienen van een verzoek bij de rechtbank. Indien gedurende die tweemaandstermijn geen verzet wordt ingediend, kan de procedure vervolgens worden afgerond. Al met al een tijdrovende en kostbare procedure.

Turbo-liquidatie daarentegen is een eenvoudige, snelle en goedkope manier om een vennootschap te ontbinden. De wet bepaalt dat een vennootschap ophoudt te bestaan, indien zij geen baten meer heeft op het tijdstip van ontbinding. Onder baten wordt verstaan alle activa op de balans van de vennootschap (een vordering op een aandeelhouder of een eventuele belastingteruggave wordt ook gezien als een bate!). Indien er geen baten zijn, kan voornoemde ontbindingsprocedure dus achterwege gelaten worden. De algemene vergadering neemt het besluit tot ontbinding van de vennootschap, vervolgens dient van deze ontbinding opgaaf te worden gedaan bij de Kamer van Koophandel en daarmee is ontbinding een feit.
Met een turbo-liquidatie kan gemakkelijk worden gefraudeerd; zolang er geen baten meer zijn, kan een vennootschap eenvoudig worden ontbonden. Over schulden zegt de wet niets. Schuldeisers van de vennootschap (leveranciers, werknemers, banken, de fiscus, etc.) vissen achter het net omdat zij niet op de hoogte zijn van de ontbinding; publicatie in een nieuwsblad is immers niet vereist.

Als na het ontbindingsbesluit blijkt dat de vennootschap wel baten had, dan kan dit tot gevolg hebben dat de vennootschap juridisch gezien nooit is ontbonden, maar altijd is blijven bestaan. Het risico bestaat dan dat de vennootschap geacht wordt in een toestand te verkeren dat zij is opgehouden haar schulden te betalen. Een faillissementsaanvraag ligt dan al snel op de loer. In die situatie lopen bestuurders het risico op bestuurdersaansprakelijkheid. Vanwege deze (dreigende) bestuurdersaansprakelijkheid wordt door fraudeurs veelvuldig gebruik gemaakt van zogenaamde katvangers. Een katvanger wordt tot bestuurder van de vennootschap benoemd en deze katvanger heft de vennootschap op. De daadwerkelijke ‘belanghebbenden’ zijn dan al gevlogen en vaak niet meer te traceren.

Maas in de wet wordt geheeld

Sander Dekker (minister voor Rechtsbescherming) kondigde op 7 oktober jl. een wetswijziging aan om dergelijk misbruik van de turbo-liquidatie moeilijker te maken. Hij schreef een brief aan de Tweede kamer, waarin hij aangeeft dat hij het proces rond een turbo-liquidatie transparanter wil maken. Zo moet een turbo-liquidatie voortaan vooraf bekend worden gemaakt en moet veel meer verantwoording afgelegd worden over de noodzaak van zo’n turbo-liquidatie. Ook wordt het bestuur verplicht om een slotbalans op te stellen en vast te laten leggen, met een verklaring waarom er geen vermogen (meer) op de balans staat.

Naar onze mening is dit een zeer goede ontwikkeling in de bestrijding tegen (onder meer) faillissementsfraude. Turbo-liquidatie lijkt een (kosten)efficiënte en tijdbesparende manier voor ontbinding van een vennootschap, maar dit geldt alleen voor de gevallen waarin onomstotelijk vaststaat dat er geen baten meer zijn en er geen risico bestaat dat benadeling van schuldeisers plaatsvindt.  Naast de hiervoor geschetste fraudepraktijken zien wij in de praktijk regelmatig dat een dergelijke ontbinding tot problemen leidt als op een later moment blijkt dat er wel degelijk baten aanwezig waren ten tijde van ontbinding. Denk hierbij aan aandelen in een deelneming, een (afgewaardeerd) perceel grond of een vordering. Gesteld kan worden dat de vennootschap in die gevallen nooit ontbonden is, maar altijd is blijven bestaan dan wel dat de vereffening ‘heropend’ dient te worden om de achtergebleven baten(n) uit de vennootschap te halen. Echter bestaat er in de literatuur veel discussie over de geëigende wijze om deze omissie te herstellen, omdat de wet daar simpelweg niet in voorziet.

Reden te meer om zorgvuldigheid te betrachten bij een turbo-liquidatie. Wij juichen het toe dat de turbo-liquidatie aan een strenger controlemechanisme wordt onderworpen. Hopelijk leidt dit ertoe dat het aantal oneigenlijke turbo-liquidaties sterk wordt teruggedrongen.

In de loop van 2020 zal de Minister een voorontwerp voor wetswijziging voor consultatie aanbieden aan de Tweede kamer. Wat ons betreft goed nieuws; wij kijken uit naar het voorontwerp!
Indien u vragen heeft naar aanleiding van dit bericht, dan kunt u contact opnemen met één van onze ondernemingsrecht specialisten.