Menu

21 augustus 2018

Het stelsel van fosfaatrechten, nog veel onzekerheid.

Op 1 januari 2018 is de Meststoffenwet gewijzigd en is het stelsel van fosfaatrechten in werking getreden. Fosfaatrechten zijn productierechten voor melkveehouders. Het aantal fosfaatrechten geeft aan hoeveel dierlijke meststoffen in een kalenderjaar ten hoogste met melkvee mag worden geproduceerd.

Het stelsel van fosfaatrechten vervangt het stelsel van melkquotum dat gold tot 1 april 2015. Melkveebedrijven mogen in beginsel niet meer melkvee houden dan er op 2 juli 2015 aanwezig was. Daarop is vervolgens een generieke korting van 8,3% toegepast.

Knelgevallenregeling

Een aantal agrarische bedrijven zijn klem komen te zitten door de nieuwe regeling.

Het gaat onder andere om bedrijven die op 1 juli 2015 bezig waren een (grotere) stal te realiseren en het beoogde stuks vee nog niet in bezit hadden, bedrijven die jongvee opfokken en/of bedrijven die door ziekten tijdelijk minder vee hadden. Een aantal van deze bedrijven hebben investeringen gedaan met het oog op uitbreiding van het aantal melkvee, welke uitbreiding door de nieuwe regeling niet door kan gaan.

Hiervoor is een zogenaamde ‘knelgevallenregeling’ in het leven geroepen. Een beroep op deze regeling kon tot 1 april 2018 gedaan worden.

De minister heeft bij brief aan de Kamer al aangegeven dat de startende boer die jongvee opfokt maar geen melk produceert waarschijnlijk wel onder de regeling kan vallen. Voor de biologische melkveehouderij of bedrijven met onomkeerbare investeringensverplichtingen heeft de minister geen ruimte meer. De uitgifte van extra rechten leidt tot een hogere generieke korting voor andere melkveehouders. Daar is geen draagvlak voor.

Het blijven onzekere tijden voor de bedrijven die een beroep op de knelgevallenregeling hebben gedaan.

Afroming

Een mogelijke oplossing voor een aantal van de hierboven genoemde knelgevallen zou het huren van fosfaatrechten kunnen zijn.

Bij ieder overdracht van fosfaatrechten (niet zijnde overdrachten tussen personen waarmee een bloed- of aanverwantschap tot in de 1e, 2e, of 3e graad bestaat of verkrijging via erfrecht) wordt echter 10% van de rechten afgeroomd.  Deze afromingsregeling geldt ook bij de verhuur van fosfaatrechten.

De afgeroomde fosfaatrechten komen in de fosfaatbank en kunnen gebruikt worden voor de uitgifte van rechten aan startende bedrijven.

Naar aanleiding van een recent door de Kamer aangenomen motie wordt de mogelijkheid onderzocht om het eerste kalenderjaar een flexibele overdracht (zonder afroming) van een kleine hoeveelheid fosfaatrechten toe te kunnen passen.

De oplossingen moeten echter wel passen binnen het fosfaatplafond en wetgeving op nationaal en Europees niveau.

Daarnaast heeft de minister op de laatste dag voor het zomerreces aangegeven dat er onderzoek zal worden gedaan naar de noodzaak en de mogelijkheden van een onafhankelijk toezicht op de handel van fosfaatrechten.

Handel in fosfaatrechten

Fosfaatrechten zijn verhandelbaar, hetgeen betekent dat er in de praktijk een waarde aan toegekend zal worden. Dit heeft tot gevolg dat niet alleen (melk)veehouders zich met dit nieuwe stelsel bezighouden, maar dat ook andere partijen geïnteresseerd zijn. Zo laait onder andere de discussie tussen verpachters en pachters op, wie van hen tot de met een pachtobject samenhangende fosfaatrechten is gerechtigd.

Aan wie komt de waarde toe van de fosfaatrechten?

Deze vraag doet zich met name voor indien de aan het recht ten grondslag liggende regelgeving tijdens de looptijd van de pachtovereenkomst in werking is getreden en de pachter het recht dientengevolge ‘om niet’ op zijn naam heeft gekregen.  De houder van de rechten is degene op wiens relatienummer de rechten bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geregistreerd zijn. Dit wil niet automatisch zeggen dat de eigendom en dus de waarde van de fosfaatrechten ook geheel of gedeeltelijk aan de houder toekomt.

Indien de pachtovereenkomst niets regelt, zijn pachter en verpachter aangewezen op de pachtrechtspraak. Ten aanzien van fosfaatrechten is het nog wachten op een arrest van het Pachthof Arnhem-Leeuwarden of op een arrest van de Hoge Raad. In de tussentijd kan een aansluiting worden gezocht naar welke oplossingen de pachtrechtspraak heeft geboden voor het melkquotum, het suikerquotum en de toeslagrechten.

Er zijn echter in de literatuur verschillende meningen en benaderingen over de toekenning of verdeling van de eigendom van de fosfaatrechten in samenhang met de benaderingen van de andere genoemde quota.

Momenteel is er een (proef)proces in voorbereiding waarin wellicht meer duidelijkheid zal worden verschaft over of en in welke gevallen de fosfaatrechten eigendom zijn van de pachter of de verpachter en wie aanspraak kan maken op de waarde van deze rechten.

Dit proefproces kan echter ook nog zo maar 2 jaar duren, onzekerheid duurt voort!