Menu

15 april 2021

Mogelijkheid verzet tegen fusie/splitsing

Op grond van de wet geldt bij fusies en splitsingen een verzetstermijn van één maand. Iedere fusie en splitsing wordt aangekondigd met een advertentie in een landelijk verspreid dagblad. De verzetstermijn begint de dag nadat de fusie of splitsing in een landelijk verspreid dagblad is aangekondigd. Tijdens de verzetstermijn kan middels het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank tegen het voorstel tot fusie of splitsing verzet worden aangetekend.

 

Wanneer verzet tijdig wordt gedaan, dan mag de notariële akte van fusie of splitsing pas worden verleden nadat het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar (bij voorraad) verklaard is. Wanneer verzet is aangetekend bij de Rechtbank kan de fusie of splitsing ongewenste vertraging opleveren.

 

Waar wordt verzet ingediend?

Het verzet wordt ingediend door een verzoekschrift aan de rechtbank van de woonplaats van de betreffende rechtspersoon. Een rechtspersoon heeft zijn woonplaats in de plaats waar hij zijn statutaire zetel heeft. De statutaire zetel van de rechtspersoon is terug te vinden in de statuten van de rechtspersoon of op het uittreksel van de Kamer van Koophandel.


Splitsing

 

Bij een juridische splitsing gaat (een deel van) het vermogen van een rechtspersoon onder algemene titel over op een verkrijgende rechtspersoon. Voor de overgang onder algemene titel is in principe geen goedkeuring vereist van een wederpartij of van een schuldeiser. Ter bescherming van de crediteuren zijn daarom in de wet specifieke regelingen opgenomen. Een van deze regelingen is het verzetsrecht van crediteuren.

 

Door wie kan verzet worden aangetekend tegen het voorstel tot splitsing?
Het verzetsrecht komt toe aan iedere wederpartij van een partij bij de splitsing betrokken rechtspersoon. Dit kan zowel een wederpartij zijn van een splitsende vennootschap, als van een verkrijgende vennootschap. Dit verzetsrecht kan ook gelden voor werknemers van de bij de splitsing betrokken rechtspersonen.

 

Gronden voor verzet en herstel

In de wet zijn grondslagen opgenomen op basis waarvan verzet kan worden aangetekend, alsmede de wijze waarop de rechter kan beslissen voor herstel. Een tweetal van deze gronden zijn:

  1. Artikel 2:334j Burgerlijk Wetboek: Een rechtsverhouding waarbij de splitsende vennootschap partij is, gaat niet in haar geheel over.
    Wanneer verzet wordt aangetekend op grond van artikel 2:334j Burgerlijk Wetboek, dan kan het wijzigen van het splitsingsvoorstel uitkomst bieden voor herstel. Voor deze grond van verzet zal het bieden van extra zekerheid geen uitkomst bieden. De wederpartij zal bij een beroep op dit artikel immers willen dat zijn rechtsverhouding op een andere wijze wordt gesplitst.
  2. Artikel 2:334k Burgerlijk Wetboek: Een schuldeiser heeft niet voldoende zekerheid of andere waarborgen gekregen dat het vermogen van de schuldenaar na splitsing voldoende waarborgen zal bieden voor de voldoening van haar vordering.

 

In geval een beroep wordt gedaan op artikel 2:334k Burgerlijk Wetboek dient het verzoekschrift aan de Rechtbank de waarborg van de verzoeker te bevatten. Het verzoek wordt afgewezen indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de splitsing minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, en dat van de rechtspersoon niet voldoende waarborgen zijn verkregen.

Indien verzet tijdig is ingediend, kan de rechter allereerst de bij de splitsing betrokken rechtspersonen in de gelegenheid stellen om het splitsingsvoorstel aan te passen, dan wel om voldoende waarborgen te bieden. Het bieden van waarborgen kan slechts gedaan worden door partijen bij de splitsing. Dat wil zeggen dat de aandeelhouders van de splitsende vennootschap of die van de verkrijgende vennootschap daarvan zijn uitgesloten. Ook kan een verkrijgende vennootschap die eventueel bij een splitsing wordt opgericht geen waarborgen bieden aan schuldeisers. Wanneer het splitsingsvoorstel gewijzigd dient te worden, zal een nieuw voorstel gedeponeerd moeten worden en zal de gehele procedure opnieuw moeten aanvangen.

 

Het kan zijn dat de akte van splitsing reeds is gepasseerd. In dat geval kan de rechter;

  1. bevelen dat een rechtsverhouding geheel of gedeeltelijk wordt overdragen aan een of meer door hem aan te wijzen rechtspersonen of bepalen dat twee of meer van deze rechtspersonen hoofdelijk tot nakomen van de uit de rechtshouding voorvloeiende verbintenissen verbonden zijn; of
  2. bevelen dat een door hem omschreven waarborg wordt gegeven.

De rechter kan aan een bevel een dwangsom verbinden.

Fusie

 

In geval van een fusie gaat het vermogen van een rechtspersoon, de verdwijnende rechtspersoon, onder algemene titel over op een verkrijgende rechtspersoon. Voor de overgang onder algemene titel is in principe geen goedkeuring vereist van een wederpartij of van een schuldeiser. Aangezien bij een fusie alle vermogensbestanddelen van een verdwijnende vennootschap zullen overgaan op de verkrijgende vennootschap, zal de positie van een schuldeiser over het algemeen door een fusie niet ongunstiger worden.

 

Door wie kan verzet worden aangetekend tegen het voorstel tot fusie?

Iedere schuldeiser kan in verzet komen tegen een voorstel tot fusie. Zoals al eerder aangegeven kan verzet gedaan worden middels het indienen van een verzoekschrift aan de rechtbank, in welk verzoekschrift de waarborg moet worden opgenomen die wordt verlangd.

 

Gronden voor verzet en herstel

Bij fusies geldt een soortgelijke grond voor het aantekenen van verzet als bij splitsingen.

De rechtbank zal het verzoek tot verzet beoordelen aan de hand van twee cumulatieve criteria:

  • de schuldeiser heeft onvoldoende waarborgen gekregen voor de voldoening van zijn vordering; en
  • de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon zal na de fusie minder waarborg bieden dat de vordering van de schuldeiser wordt voldaan.

De bewijslast ligt derhalve bij de schuldeiser. Zij zal moeten aantonen dat zij onvoldoende waarborgen heeft gekregen, én dat der vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie minder waarborg biedt voor de voldoening van de vordering. De positie van een schuldeiser zal over het algemeen door een fusie niet ongunstiger worden, aangezien het vermogen van twee rechtspersonen worden gefuseerd.

Een verzet zal daardoor niet vaak plaatsvinden.

 

Op 21 februari 2019 heeft de rechtbank Den Haag een uitspraak gedaan in een zaak waarin verzet was aangetekend tegen een fusie (ECLI:RBDHA:2019:2195). Het betrof een fusie tussen Optas Pensioenen B.V. (Optas) als verdwijnende vennootschap en Aegon Levensverzekeringen N.V. (Aegon) als verkrijgende vennootschap.

Verzoekster stelt dat de vermogenstoestand van Aegon na de fusie met Optas minder waarborg voor de nakoming van de verplichtingen jegens haar zal bieden dan voor de fusie. Aegon verweert zich hiertegen en is van mening dat zij na de fusie ruimschoots voldoende verhaal biedt voor de verplichtingen jegens verzoekster.

 

De Rechtbank was van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de vermogenstoestand na de fusie minder waarborg zal bieden dat de vordering zal kunnen worden voldaan, niet zonder meer kan leiden tot gegrondverklaring van het verzet. De rechtbank motiveert dit door op te merken dat ‘minder waarborg’ niet doorslaggevend is. Het is van belang of er door de fusie een verandering plaatsvindt waardoor reële twijfel ontstaat over de mogelijkheden tot voldoening van de vordering na de fusie.

Of er sprake is van voldoende waarborg zal afhangen van de omstandigheden van het geval.

 

Zoals eerdergenoemd mag de fusieakte niet gepasseerd worden wanneer verzet is aangetekend. Indien in strijd hiermee de akte zou worden verleden, is de fusie vernietigbaar.

Net als bij een splitsing geldt dat wanneer een verzet gegrond wordt verklaard en de fusieakte reeds is verleden, dan kan de rechter een waarborg bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.

 

Slot

Over het algemeen komt verzet tegen fusies en splitsingen niet vaak voor. Misschien komt dit omdat schuldeisers de aankondiging van de fusie/splitsing in een dagblad missen. Verder lijkt de slagingskans van een verzet tegen een fusie of splitsing klein.
Zoals ook blijkt uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Rechtbank is het bij een fusie niet van belang dat er minder waarborg is voor een schuldeiser, maar geldt bij verzet tegen een fusie dat er reële twijfel moet bestaan dat de vordering na de fusie niet meer kan worden voldaan.