Menu

16 juni 2016

Naar een nieuwe regeling voor de personenvennootschappen

Op 15 juni jl. is onder de noemer “ Naar een nieuwe regeling voor de personenvennootschappen”, een congres georganiseerd door het ZIFO en het Van der Heijden Instituut. Tijdens dit congres is een concept wetsvoorstel voor een nieuwe regeling voor personenvennootschappen (het “Voorstel”) gepresenteerd en besproken. Een zeer interessante, veelbelovende en bij vlagen humoristische bijeenkomst.

Hieronder beschrijf ik kort enkele in het oog springende onderdelen uit het Voorstel. In komende bijdragen zal ik meer in detail ingaan op de verschillende onderdelen van het Voorstel.

I. Handhaving bestaande rechtsvormen

In tegenstelling tot de eerder voorgestelde titel 7.13 BW, handhaaft het Voorstel de thans bestaande rechtsvormen: maatschap, vennootschap onder firma (vof) en commanditaire vennootschap (cv). Ook krijgt de stille vennootschap met zoveel woorden een plek.

Dit onderscheid is mede van belang voor de rechtspersoonlijkheid die een vennootschap kan hebben, zie hierna.

II. Rechtspersoonlijkheid

Een van de belangrijkste en meest in het oog springende onderdelen van het Voorstel is de rechtspersoonlijkheid die (openbare) vennootschappen kunnen hebben. Deze ontstaat van rechtswege door inschrijving van de vennootschap in het handelsregister.

Deze rechtspersoonlijkheid ziet echter slechts op de goederenrechtelijke aspecten van de vennootschap. Met andere woorden: de vennootschap wordt eigenaar van de goederen die deel uitmaken van het vennootschappelijk vermogen. Maar de vennoten blijven zelf aansprakelijk voor de verbintenissen die door hen namens de vennootschap worden aangegaan! Een relatieve rechtspersoonlijkheid dus.

Op het moment van verkrijgen van rechtspersoonlijkheid, die dus volgt op de inschrijving in het handelsregister, gaat het tot dan door de vennoten ten behoeve van de vennootschap gevormde vermogen onder algemene titel over op de vennootschap-rechtspersoon.

III. Toe- en uittreding

Deze rechtspersoonlijkheid maakt de toe- en uittreding van vennoten een stuk eenvoudiger. Net als bij een rechtspersoon uit Boek 2, blijft het vermogen immers bij de vennootschap en zullen de vennoten slechts gehouden zijn tot een onderlinge, financiële afhandeling. Op grond van de in het Voorstel opgenomen regeling zal de vennootschap niet meer van rechtswege eindigen. Onder het huidige recht is dat wel zo, hetgeen uitgebreide bepalingen vereist voor de toe- en uittreding en voortzetting door de vennoten die blijven zitten.

Tevens wordt een regeling voorgesteld voor de aansprakelijkheid van toetredende en uittredende vennoten. Het huidige recht ontbeerde zo een regeling, met als gevolg dat de rechtspraak daar invulling aan moest geven, hetgeen in sommige gevallen een ongewenste uitkomst had.

IV. Omzetting, fusie en splitsing

Geïnspireerd door de regelingen die gelden ten aanzien van de Boek 2 rechtspersonen, geeft het Voorstel mogelijkheden de vennootschap-rechtspersoon om te zetten in een andere rechtspersoon of personenvennootschap, of deze te fuseren of te splitsen.

De omzetting kan plaatsvinden in een andere personenvennootschap of in een andere rechtspersoon, zoals bij voorbeeld een BV of een NV.  Ook omzetting van een Boek 2 rechtspersoon, zoals een BV of een NV, in een personenvennootschap is mogelijk. Het Voorstel geeft regelingen voor de wijze waarop omzetting moet plaatsvinden, maar ook hoe wordt omgegaan met aansprakelijkheid van de vennoten, aandeelhouders of leden en uittreding door vennoten, aandeelhouders of leden die niet met de omzetting instemmen.

De regeling voor fusie en splitsing lijkt op de regeling die in Boek 2 is opgenomen. Een van de grote verschillen is, dat in het Voorstel niet de publicatieplicht en bezwaartermijn zijn opgenomen.

V. Aandachtspunten

Het Voorstel betreft voor een gedeelte verzameling van oude, verspreide wetgeving. Voor een goed deel bevat het echter ook codificatie van (oude) rechtspraak en nieuwe voorstellen. Dat heeft als gevolg dat het Voorstel op onderdelen ook wel vragen oproept. Hoe werkt bij voorbeeld die ‘relatieve rechtspersoonlijkheid’ (mijn terminologie) nu precies uit? Wat is de stand van zaken indien rechtspersoonlijkheid ontstaat ten aanzien van een vennootschap die achteraf niet correct blijkt te zijn ontstaan? Is het verschil (in aansprakelijkheid) tussen beroep en bedrijf nu wel terecht?

En een belangrijke vraag is natuurlijk ook of het nu een gelukkige keuze is de notaris niet te betrekken bij de verkrijging van rechtspersoonlijkheid, omzetting, fusie en splitsing. Het laten ontstaan, wijzigen en tenietgaan van een rechtspersoon die zelfstandig in het rechtsverkeer handelt, is natuurlijk niet niets. Er ontstaat een vermogen dat al dan niet gevormd wordt ten behoeve van de rechtspersoon in plaats van de achterliggende partijen. Indien dat niet zorgvuldig en correct gebeurt, zijn de gevolgen voor de betrokken partijen, maar ook degenen die betrokken zijn bij opvolgende rechtshandelingen, wellicht erg vervelend.

VI. Tot slot

De afgelopen 60 jaar is al gewerkt aan een aanpassing en modernisering van de wetgeving die gedeeltelijk nog uit 1848 stamt. De laatste poging werd gedaan met het in 2011 ingetrokken voorstel voor een nieuwe titel 7.13 BW. Het is dan ook niet vreemd dat het Voorstel met terughoudendheid en scepsis ontvangen wordt. Niet vanwege de inhoud ervan, maar de verwachting van velen is dat ook dit Voorstel zal stranden.

Nadere bestudering leert echter dat het Voorstel met toelichting erg goed in elkaar zit en ook tegemoet komt aan de bezwaren die tegen eerdere voorstellen of pogingen daartoe zijn ingebracht. Dit Voorstel zou het, volgens mij, met de nodige aanpassingen wel eens kunnen gaan halen!!

VBC Notarissen houdt u uiteraard op de hoogte!

Klik hier voor de tekst van het Voorstel en de toelichting daarop. [http://www.rechten.vu.nl/nl/Images/rapport_personenvennootschappen_tcm247-767954.pdf]