Menu

14 september 2016

Standpunt Nederland over door EU voorgestelde wijzigingen UBO-register

Op 5 juli jl. heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd tot wijziging van de Vierde Antiwitwasrichtlijn, die de lidstaten verplicht tot instelling van een UBO-register.

Het voorstel is onder meer een reactie op de publicatie van de ‘Panama Papers’, maar vloeit tevens voort uit het Europese ‘Actieplan ter versterking van de strijd tegen financiering van terrorisme’ van februari 2016.

Het Ministerie van Buitenlandse zaken heeft gisteren het Nederlandse standpunt over het voorstel bekendgemaakt, zoals geformuleerd door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC).

Voorgestelde wijzigingen

De voorgestelde wijzigingen inzake het UBO-register zijn:

  • verlaging van de drempel voor het zijn van UBO (uiteindelijk gerechtigde) van een belang van (meer dan) 25% naar een belang van (meer dan) 10%, voor zover het gaat om zogenaamde ‘passieve niet-financiele entiteiten’;
  • een nieuwe verplichting voor lidstaten om UBO’s van trusts te registreren als de trustee (beheerder van de trust) in de betreffende lidstaat gevestigd is;
  • publieke toegankelijkheid van het UBO-register (in plaats van toegankelijkheid voor partijen met een legitiem belang) voor zover het gaat om entiteiten met een winstoogmerk;
  • koppeling van de UBO-registers van verschillende lidstaten, zodat de informatie uit de gecombineerde registers beschikbaar zal zijn.

Onder ‘passieve niet-financiele entiteiten’ moeten volgens de toelichting op het voorstel intermediaire entiteiten worden verstaan die zelf geen economische activiteiten verrichten en geen inkomsten genereren, maar die dienen om afstand te creeeren tussen de uiteindelijk begunstigden en de ondergebrachte bezittingen en om inkomsten uit andere bronnen door te sluizen. Het lijkt hier te gaan om STAK’s en persoonlijke houdsterentiteiten. Van deze entiteiten wordt vastgesteld dat er een specifiek risico is dat zij worden gebruikt voor witwassen en belastingontduiking en dat de drempel van 25% voor deze entiteiten tamelijk makkelijk te omzeilen is.

De wijziging inzake trusts maakt korte metten met de beperkingen die de onderhandelaars van het Verenigd Koninkrijk in de huidige richtlijn hadden binnengehaald. Nu moeten alleen lidstaten naar wiens recht een trust is ingesteld informatie over onder meer de UBO registreren en dan alleen voor zover de trust fiscale gevolgen heeft. En die informatie kan door het publiek niet worden ingezien. In het voorstel vervalt de beperking tot trusts met fiscale gevolgen en kan ieder met een legitiem belang het register inzien.

Overigens zal een trust in de meeste gevallen kunnen worden beschouwd als een ‘passieve niet-financiele entiteit’.

Nederlands standpunt

Van het voorstel wordt aangegeven dat deze kan rekenen op brede steun onder de lidstaten. Ook Nederland verwelkomt het voorstel, maar wel met een aantal vragen en aandachtspunten.

Wat betreft de verlaging van de drempel naar 10% voor bepaalde entiteiten is Nederland niet overtuigd van de noodzaak (gezien het doel van de richtlijn). Gewezen wordt met name op de extra lasten die dit met zich meebrengt, maar ook op het feit dat het hier niet noodzakelijk de ‘echte’ UBO’s betreft, zodat een vertekend beeld kan ontstaan.

Wat betreft de registratie van trusts wordt een slag om de arm gehouden, omdat het voorstel niet strookt met aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF). Nederland vindt het belangrijk dat verschillen daarmee zo veel mogelijk worden voorkomen, zodat wereldwijd een gelijk speelveld ontstaat.

De openbaarheid van het UBO-register voor entiteiten met winstoogmerk is voor Nederland in zoverre niet relevant dat reeds is gekozen voor een openbaar register voor alle entiteiten. Nederland kan zich hier dus in vinden, maar hecht er wel aan dat het onderscheid tussen entiteiten met en zonder winstoogmerk de zaak niet compliceert.

Nederland is voorstander van het koppelen van UBO-registers. In dat verband wordt opgemerkt dat de handelsregisters van de lidstaten ook aan elkaar worden gekoppeld.

Wij blijven de ontwikkelingen rond het UBO-register op de voet volgen.

22112, nr. 2199 – Kamerstukken – Brief – Tweede Kamer – 13-09-2016