Menu

21 december 2017

Trouwen of partnerschapsregistratie na 1 januari 2018: Twee privévermogens en een beperkte gemeenschap van goederen

De dagen van de algehele gemeenschap van goederen zijn geteld. Daar waar in het buitenland veelal vreemd werd gekeken naar dat vreemde stelsel in Nederland, was menig Nederlander getuige het aantal huwelijken en geregistreerde partnerschappen dat werd gesloten in algehele gemeenschap van goederen best tevreden met dat stelsel.

Omwille van de leesbaarheid wordt er hierna gesproken over huwelijk, maar alles geldt in gelijke mate voor het geregistreerd partnerschap.

Wettelijk stelsel vanaf 1 januari 2018

Vanaf 1 januari 2018 geldt een ander wettelijk stelsel namelijk de beperkte gemeenschap van goederen. Onder het huidige stelsel valt het gehele vermogen, zowel bezittingen en schulden, na het sluiten van het huwelijk in een algehele gemeenschap van goederen in welke gemeenschap beide echtgenoten ieder voor de helft gerechtigd zijn. Na 1 januari blijft het vermogen, bezittingen en schulden, dat ieder van de echtgenoten vóór het voltrekken van het huwelijk bezit privébezit en ontstaat er na de huwelijksvoltrekking naast de beide privévermogens een nieuw derde vermogen namelijk de beperkte gemeenschap.

Beperkte gemeenschap van goederen

Wat zit er dan in die beperkte gemeenschap. Dat is het vermogen dat de partners al vóór het huwelijk in gemeenschappelijk eigendom hadden, de schulden die op dat gemeenschappelijke eigendom betrekking hebben en het gemeenschappelijke vermogen dat gedurende het huwelijk wordt opgebouwd. Om te kunnen bewijzen wat privé en wat gemeenschappelijk is, en hoe een en ander gefinancierd is, is het voeren van een administratie cruciaal. Is er geen administratie gevoerd en kan men niet bewijzen dat een bepaald vermogensbestanddeel privé vermogen is, dan wordt dit geacht deel uit te maken van de gemeenschap van goederen.

Erfenissen en schenkingen

Ook nieuw is dat schenkingen en erfenissen die gedurende het huwelijk worden verkregen privébezit blijven van degene die de schenking of de erfenis ontvangt.

De echtgenoten kunnen bij huwelijkse voorwaarden wel overeenkomen dat ontvangen schenkingen en erfenissen wél in de beperkte gemeenschap vallen en zo aan beiden ten goede komen.

Een uitsluitingsclausule in het testament of bij schenking wordt daarom niet overbodig. Wanneer het de bedoeling is dat een schenking of erfenis echt privévermogen blijft van degene die de erfenis of de schenking ontvangt, dan moet dit in het testament of bij de schenking worden bepaald. De uitsluitingsclausule in een testament of bij de schenking kan niet door de echtgenoten buiten werking worden gesteld door een afspraak in de huwelijkse voorwaarden. De wil van de erflater of de schenker gaat dus voor.

Gemeenschappelijk bezit aangekocht vóór het huwelijk

Hebben de echtgenoten voor het aangaan van het huwelijk iets gemeenschappelijk aangekocht, denk aan een woning, dan valt dit gemeenschappelijk verkregen goed ook in de beperkte gemeenschap van goederen. Voor goederen die gemeenschappelijk zijn aangekocht en waarvan de echtgenoten bij de aankoop hebben besloten dat zij voor gelijke delen (onverdeelde helft) eigenaar willen zijn leidt dit in het algemeen niet tot problemen.

Anders is het als vóór het huwelijk een gemeenschappelijke aankoop is gedaan, waarvan de  echtgenoten bij de aankoop hebben besloten dat zij niet voor gelijke delen eigenaar willen zijn. Ook dit gemeenschappelijk aangekochte goed valt in de beperkte gemeenschap van goederen waarin ieder van de echtgenoten voor de helft is gerechtigd. De eigendomsverhouding wijzigt dan onbedoeld. Hetzelfde geldt voor de draagplicht voor schulden. Zijn de echtgenoten vóór de huwelijkssluiting een schuld aangegaan waarbij is afgesproken dat  de ene echtgenoot 10% van de schuld moet voldoen en de andere echtgenoot 90%, dan zijn zij na voltrekking van het huwelijk ieder draagplichtig voor 50% van de schuld.

Eigen vermogen ingebracht bij aankoop gemeenschappelijke woning

Een andere situatie waarop men bedacht moet zijn, is wanneer er vóór het huwelijk een gemeenschappelijke woning is aangekocht en één van de partners privévermogen heeft aangewend voor de aankoop van de woning. De partner die zijn privévermogen heeft gebruikt voor de aankoop van de gemeenschappelijke woning heeft een vordering verkregen op de partner die geen of minder privévermogen heeft ingebracht. Er is immers uit privévermogen een deel van de aankoop voor de ander betaald. Er is dus een schuld ontstaan van de ene partner aan de ander. Deze schuld heeft betrekking op een woning die gemeenschappelijk eigendom is. Na het huwelijk behoort dit voorhuwelijkse gemeenschappelijke vermogen tot de beperkte gemeenschap, maar ook de schulden die op dit gemeenschappelijke vermogen betrekking hebben. De partner die een vordering had op zijn wederhelft is dan 50% van zijn vordering kwijt, de schuld is immers tot de beperkte gemeenschap gaan behoren.

Wijziging verhaal privéschulden

Ook voor schuldeisers verandert er een en ander. Heb je als schuldeiser een vordering op een schuldenaar in privé die in algehele gemeenschap van goederen gehuwd is, dan valt de schuld onder huidig recht, uitzonderingen buiten beschouwing gelaten, in de algehele gemeenschap van goederen en heb je als schuldeiser de mogelijkheid je op het eventueel aanwezige privévermogen van de schuldenaar en de gehele gemeenschap van goederen te verhalen. Bij schuldenaren die na 1 januari 2018 zijn gehuwd in de beperkte gemeenschap ligt dat anders. Voor een schuld die niet tot die gemeenschap behoort kan de schuldeiser zich alleen verhalen op privévermogen van de schuldenaar en de helft van de waarde van de tot  gemeenschap van goederen behorende goederen.

Huwelijkse voorwaarden

Wil men de situatie zoals die voorafgaand aan het huwelijk is handhaven, dan zal er een en ander vastgelegd moeten worden in een akte van huwelijkse voorwaarden.

Het is belangrijk dat men zich er van bewust is dat het wettelijk stelsel na 1 januari a.s. duidelijk anders is.

Wie na 1 januari 2018 toch een algehele gemeenschap van goederen zoals deze thans geldt wenst kan dit bij huwelijkse voorwaarden regelen. En wie er aan denkt de huidige huwelijkse voorwaarden op te heffen moet beseffen dat dit na 1 januari 2018 leidt tot het creëren van een beperkte gemeenschap van goederen, wil men een algehele gemeenschap van goederen dan is wijzigen van de bestaande huwelijkse voorwaarden het credo.

Ondernemers

Wanneer een van de echtgenoten ondernemer is en de onderneming niet in de beperkte gemeenschap valt, komt aan de gemeenschap toe een redelijke vergoeding voor de kennis, vaardigheden en arbeid die een echtgenoot heeft gestoken in de onderneming. Een redelijke vergoeding is een begrip dat ruimte biedt voor discussie.  Beter is het heldere afspraken te maken over wat aan de beperkte gemeenschap toekomt. Voor ondernemers geldt daarom dat zij er ook na 1 januari 2018 verstandig aan doen huwelijkse voorwaarden te maken.

De werking van deze bepaling geldt na 1 januari 2018 overigens ook voor ondernemers die onder het huidige recht als gevolg van afspraken bij huwelijkse voorwaarden in een beperkte gemeenschap gehuwd zijn en de onderneming of de aandelen in de onderneming buiten de gemeenschap gehouden zijn en voor ondernemers die onder huidig recht in gemeenschap van goederen gehuwd zijn en door wie de onderneming onder een uitsluitingsclausule is verkregen.

Algehele gemeenschap van goederen blijft bestaan voor huwelijken gesloten vóór 1 januari 2018

Voor alle duidelijkheid het nieuwe stelsel geldt alleen voor huwelijk gesloten na 1 januari 2018, voor huwelijken gesloten vóór 1 januari 2018 blijft de algehele gemeenschap van goederen zoals die nu is gewoon bestaan. Erfenissen en schenkingen blijven voor die gevallen in de algehele gemeenschap van goederen vallen, tenzij bij testament of bij de schenking anders is bepaald.