Menu

24 maart 2021

Vorderingen Stichting Privacy First afgewezen – UBO register blijft van kracht

Zoals eerder op onze site te lezen, is het UBO-register op 27 september jl. in werking getreden. Het doel van deze richtlijn is een afschrikwekkende werking te hebben op personen met plannen om geld wit te wassen of terroristische activiteiten te financieren. Een van de gevolgen van de inwerkingtreding van het UBO-register is dat van iedere uiteindelijk belanghebbende (UBO) de volgende gegevens openbaar worden gemaakt en door een ieder zijn in te zien:

  • voor- en achternaam;
  • geboortemaand en geboortejaar;
  • nationaliteit;
  • woonland;
  • het belang dat een UBO in een organisatie heeft.

Andere gegevens zoals het BSN-nummer en privé-adres van de UBO zijn alleen te raadplegen door bepaalde instanties (Wwft-instellingen met een financiële taak en bevoegde autoriteiten).

Wat in dit kader nog goed is om te beseffen is dat de Kamer van Koophandel (KvK), als instantie die het UBO-register beheert, na oprichting en inschrijving een brief naar alle ingeschreven UBO’s én het adres van de net opgerichte vennootschap stuurt. In deze brief staan onder meer het BSN-nummer en de privé-adresgegevens van de UBO’s. Dit lijkt ons niet helemaal in lijn met de privacyregels en wij hebben deze werkwijze dan ook bij de KvK aangekaart. Wordt vervolgd.

De UBO-gegevens moeten bij oprichting worden gepubliceerd voor nieuwe entiteiten, bestaande entiteiten hebben hier tot 27 maart 2022 de tijd voor. Voor meer informatie hierover zie: https://vbcnotarissen.nl/news/het-ubo-register-treedt-op-27-september-in-werking-qa/

Omdat deze registratie grote gevolgen heeft voor de privacy van de UBO’s is Stichting Privacy First naar de rechter (voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag) gestapt om het UBO-register door middel van een kort geding tegen de Staat buiten werking te stellen. Dit vanwege grote bezwaren tegen de ‘zeer privacygevoelige informatie’ die ruim 1,5 miljoen Nederlandse entiteiten verplicht moeten registreren over hun UBO’s.  Bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag vorderde de stichting buitenwerkingstelling dan wel schorsing van het UBO-register, of in ieder geval schrapping van het openbare karakter van de betreffende gegevens.

Deze vorderingen zijn afgelopen donderdag door de rechter afgewezen. Desondanks stelt de voorzieningenrecht in het vonnis wel te begrijpen dat wordt getwijfeld aan de rechtsgeldigheid van de vierde en vijfde Europese anti-witwasrichtlijn die aan het UBO-register ten grondslag ligt, als het aankomt op de openbaarheid van gegevens. Dit ligt in het verlengde van het kritisch advies dat de Europese privacy-toezichthouder EDPS (European Data Protection Supervisor) eerder gaf. In dit verband merkt de rechter nog op dat niet valt uit te sluiten dat de hoogste Europese rechter zal oordelen dat het openbare karakter van het UBO-register zich niet verhoudt met de privacyrichtlijnen.

De voorzieningenrechter kan de vorderingen van de stichting echter niet toewijzen om de Staat dan niet voldoet aan de verplichting uit de vijfde anti-witwasrichtlijn om een openbaar UBO-register in te richten. Een oordeel over de rechtmatigheid van een Europese richtlijn komt nu eenmaal toe aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof heeft zich er tot op heden niet over uitgesproken. De voorzieningenrechter stelt geen prejudiciële vragen aan het Europese Hof op verzoek van Privacy First, omdat soortgelijke vragen al in november vorig jaar zijn gesteld aan een Luxemburgse rechter waardoor deze al bij de Europese rechter voorliggen.

Of Stichting Privacy First nog in hoger beroep gaat, is op dit moment nog niet bekend.

De volledige uitspraak is hier te lezen: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:2457.

Vragen? Neem dan contact met ons op. We denken graag mee.